Werking medicijnen nauwelijks bewezen

medicijnenVan de geneesmiddelen en behandelingen die artsen voorschrijven, is slechts 12 procent gebaseerd op voldoende wetenschappelijk bewijs. Dat is de conclusie van een onderzoeksteam van het British Medical Journal uit hun evaluatie van ongeveer 2500 geneesmiddelen en behandelingen die in de dagelijkse praktijk worden toegepast. Hun bevindingen worden met regelmatige actualisatie gepresenteerd in het Clinical Evidence Handbook.

Die 12 procent van alle behandelingen krijgt de classificatie ‘bewezen positief effect’, omdat er minstens één onderzoek bestaat waarin het positieve effect − zoals verlichting van symptomen − groter was dan een eventueel schadelijk effect. ‘Het betekent niet dat de behandeling bij alle mensen effectief is of dat er ook andere gewenste positieve effecten zijn, noch dat een gemeten positief effect op een ander tijdstip na de behandeling nog steeds aanwezig zal zijn’, aldus de wetenschappelijke redactie van het boek.

Voor 23 procent van de onderzochte geneesmiddelen en behandelingen geldt dat die ‘waarschijnlijk een gunstig effect’ hebben: er is enig bewijs dat ze meer goed dan kwaad doen, al is dit bewijs veel zwakker. Bij 8 procent houden voor- en nadelen elkaar in evenwicht. De categorie van behandelingen en geneesmiddelen die ‘waarschijnlijk geen positief effect’ sorteren bevat 5 procent. Hiervoor geldt dat er vrijwel geen bewijs bestaat dat ze de moeite waard zijn.

De grootste categorie, van 49 procent, is die van behandelingen en geneesmiddelen met ‘onbekende effectiviteit’. Hiervoor bestaat geen enkel bewijs van hun werkzaamheid. De laatste categorie bevat 3 procent van de behandelingen die regelmatig door de arts worden toegepast, en waarvan paradoxaal genoeg bewezen is dat ze meer kwaad dan goed doen.

Bij elkaar opgeteld zou dus iets meer dan een derde van alle geneesmiddelen en behandelingen in de geneeskunde meer goed dan kwaad doen alhoewel het bewijs voor een deel hiervan niet erg sterk is. Kijkend naar de definitie in Van Dale, groot woordenboek der Nederlandse Taal, 13e druk kan het grootste deel van de reguliere medicijnen en behandelingen worden beschouwd als kwakzalverij. Daar staat namelijk te lezen onder kwakzalver: “Iemand die nutteloze middelen toepast ter genezing van de een of andere ziekte ….”.

Recent was nog te lezen in het Algemeen Dagblad dat de Groningse kinderarts Jan Peter Rake pleitte voor een wettelijk verbod op alternatieve behandelwijzen bij kinderen onder de 12 jaar. Hij vond het te riskant dat kinderen worden behandeld met therapieën waarvan niet wetenschappelijk is aangetoond dat ze werken. Het lijkt me dat enige bescheidenheid op zijn plaats is want dit is een overduidelijk voorbeeld van de pot die de ketel iets verwijt.

Veel mensen volgen nog steeds blindelings de adviezen van artsen en specialisten en slikken klakkeloos hun medicijnen en nemen de bijwerkingen voor lief. De kritische mens van de 21e eeuw wordt een volgzame slaaf bij het betreden van de spreek- of behandelkamer. Ondanks alle goed onderbouwde en makkelijk te vinden informatie over de nadelen van medicijnen en behandelingen kijken veel mensen niet of nauwelijks serieus naar een alternatief.

Ik vind dat een heel merkwaardige situatie. Ik maak gebruik van een metafoor om het bizarre van deze situatie extra te benadrukken. Je gaat naar een bank voor een hypotheek voor je nieuwe huis. De hypotheekdeskundige van de bank vertelt dat je alleen maar kunt kiezen voor een annuïteitenhypotheek. Hij zegt niet alleen dat dit de enige optie is, maar benadrukt ook nog eens dat alle andere varianten onverstandig en zelfs gevaarlijk zijn en dat je daarbij een groot risico loopt om uiteindelijk in de financiële problemen te komen en failliet te gaan. Ik denk dat je niet weet hoe snel je weg moet komen en gauw op zoek gaat naar een bank die echt verstand van zaken heeft.

Natuurlijk is het een metafoor en zit er een zekere mate van overdrijving is. Maar er zit ook een grote kern van waarheid in. De artsen en specialisten die jij bezoekt, zoeken de oplossing van jouw gezondheidsproblemen maar in één richting op de manier zoals ze dat hebben geleerd tijdens hun studie. Van de relatie tussen voeding en ziektes weten ze nagenoeg niets omdat daaraan in de opleiding niet of nauwelijks aandacht wordt besteed. Van acupuntuur, homeopathie, bioresonantie, biophotonen of andere alternatieve aanpakken hebben ze soms nog wel eens gehoord, maar de meesten staan daar niet voor open.

Medicijnen hebben in de afgelopen decennia veel mensen het leven gered, dat is een feit. Daar staat echter tegenover dat in de Verenigde Staten elk jaar tussen de 76.000 en 137.000 mensen in ziekenhuizen sterven als het directe gevolg van de medicijnen die ze kregen toegediend. Daarnaast kampen miljoenen mensen met meer of minder ernstige bijwerkingen van de medicijnen die ze gebruiken.

Het is overduidelijk dat de gezondheidszorg zelf inmiddels zwaar verziekt is door de gigantische financiële belangen van de medicijnenindustrie. Het gaat in deze industrie, net als in alle andere, maar om één ding en dat is winst maken en liefst zoveel mogelijk. Het is naïef, onverstandig en in sommige gevallen zelfs levensgevaarlijk om je volledig over te geven aan deze industrie die een veel te grote invloed uitoefent op de werkers in de gezondheidszorg.

De verantwoordelijkheid voor je gezondheid ligt altijd bij jezelf. Je zult zelf moeten kiezen welke aanpak nodig is en het beste bij jou en bij jouw situatie past. Als ik struikel en mijn enkel breek, ga ik naar het ziekenhuis omdat ik weet dat daar deskundige mensen werken die mij uitstekend kunnen helpen. Maar als het gaat om hoge bloeddruk, te hoog cholesterol of diabetes 2 kies ik voor de aanpak van gezonde voeding en niet voor de (te) veel voorgeschreven medicatie.

De overheid stimuleert ons onder het motto “Kies beter” om goede keuzes te maken als het gaat om de gezondheidszorg. Ik wil dat motto graag oprekken: Kies beter, kies bewust en kies vooral zelf!

 

Bronnen:
Medisch Dossier
Algemeen Dagblad
WantToKnow

admin